Lazië, 16 oktober 2016 – De Lazische Kamer heeft op haar eerste volledige zitting een reeks erkenningskwesties afgehandeld: Kosovo, Taiwan en Somaliland kregen de Mahusetaanse erkenning, terwijl die aan de Staat Palestina werd onthouden.
Kamer erkent Kosovo, Taiwan en Somaliland maar wijst Palestina af
De stemming over Kosovo draait het standpunt om dat de Kamer op haar allereerste zitting in januari innam.
This article is also available in English
De stemming over Kosovo maakte het besluit van de Kamer van januari ongedaan. Op haar allereerste zitting had zij erkenning verworpen, nadat Van der Huijsen en Nuri van Dijk hadden betoogd dat die stap mogelijke toekomstige betrekkingen binnen de Russofone Gemeenschap zou kunnen bemoeilijken. De ommekeer, zo’n negen maanden later, bracht Mahuset op één lijn met de meerderheid van de westerse staten.
Met de erkenning van Taiwan strekte de Mahusetaanse erkenning zich uit tot de soevereiniteit van de Republiek China over het eiland Taiwan. Somaliland, de zelfverklaarde republiek in de noordelijke Hoorn van Afrika, werd eveneens erkend als soeverein over de noordelijke helft van de Hoorn van Afrika en behoorde tot de verscheidene gedeeltelijk erkende of niet-erkende staten waaraan de Confederatie die dag erkenning verleende.
Alleen Palestina ving bot. Twee leden stemden vóór, twee onthielden zich en één stemde tegen, waarmee de motie tot erkenning van de Staat Palestina behoorde tot de weinige erkenningskwesties van de zitting die werden verworpen. De Confederatie zou later nog een reeks betwiste gebieden erkennen, van post-Sovjet-afscheidingsstaten tot Catalonië.