Zes oordelen lopen van waar naar onwaar. Bij elk oordeel tonen wij de bewering zelf en wie haar deed, zodat u onze weging kunt narekenen.
-
Waar
De bewering houdt stand. Wat zij stelt, wordt door de feiten gedragen.
-
Grotendeels waar
De bewering klopt in grote lijnen, maar een nuance of een ontbrekend gegeven zou haar scherper maken.
-
Half waar
Een deel van de bewering houdt stand en een deel niet, of zij klopt alleen bij een lezing die de woorden niet duidelijk maken.
-
Grotendeels onwaar
Er zit iets waars in de bewering, maar de indruk die zij wekt klopt niet.
-
Onwaar
De bewering wordt niet door de feiten gedragen.
-
Lachwekkend
De bewering is onwaar en wordt gebracht met een stelligheid waarvoor het bewijs bij lange na geen grond biedt.
Oordelen buiten de schaal
Drie oordelen liggen niet op die lijn: zij zeggen niet dat een bewering meer of minder waar is, maar dat de vraag anders ligt. Zij krijgen geen meter.
-
Achterhaald
Latere gebeurtenissen hebben de bewering ingehaald, hoe waar zij ten tijde van het uitspreken ook was.
-
Ontstaan als satire
De bewering is satirisch of komt voort uit satire.
-
Niet vast te stellen
Het beschikbare bewijs geeft over de bewering geen uitsluitsel.
Vraagt om meer context
Dit label kan bij elk oordeel staan. Het vervangt het oordeel niet, maar waarschuwt dat de bewering zonder aanvullende informatie makkelijk verkeerd wordt gelezen.